ISO 45001 clausule 9: hoe u ARBO-KPIs monitort (verzuim, incidenten, bijna-ongelukken), nalevingsevaluatie uitvoert, interne ARBO-audits organiseert en de directiebeoordeling van het VGM-systeem structureert.
ISO 45001 clausule 9 is de “Check”-fase van uw VGM-systeem: hier beoordeelt u of uw systeem werkt zoals bedoeld en of uw arbeidsveiligheidsprestaties verbeteren. Systematische monitoring, interne audits en een gedegen directiebeoordeling zijn onmisbaar voor een effectief en certificeerbaar VGM-managementsysteem.
ISO 45001 vereist dat u bepaalt wat er gemonitord en gemeten moet worden, welke methoden u gebruikt, wanneer u meet en wanneer u de resultaten analyseert. Uw monitoring omvat zowel proactieve als reactieve indicatoren.
Proactieve indicatoren zijn cruciaal: zij sturen op voorkoming van incidenten in plaats van te reageren nadat het mis is gegaan. ISO 45001 benadrukt het gebruik van zowel leading als lagging indicators.
ISO 45001 vereist dat u periodiek evalueert of uw organisatie voldoet aan alle nalevingsverplichtingen. Voor ARBO omvat dit:
Een intern auditprogramma is verplicht onder ISO 45001. ARBO-audits wijken op een aantal punten af van kwaliteitsaudits:
Het auditprogramma houdt rekening met de ARBO-risico’s van de te auditen processen en locaties. Processen en locaties met hogere risico’s worden frequenter geaudit. Een typisch auditprogramma voor een middelgrote organisatie:
De directiebeoordeling is het moment waarop het topmanagement het VGM-systeem evalueert. ISO 45001 schrijft specifieke input voor die de directiebeoordeling ARBO-specifiek maakt ten opzichte van andere normen:
De output van de directiebeoordeling bevat beslissingen over continue verbetering, aanpassing van het systeem en middelenbehoefte.
Een lagging indicator meet wat er al mis is gegaan: het aantal arbeidsongevallen, het verzuimpercentage, het aantal ernstige incidenten. Een leading indicator meet activiteiten en voorwaarden die bepalend zijn voor toekomstige veiligheid: het aantal toolboxmeetings, het aantal gemelde bijna-ongelukken, het percentage geïnspecteerde PBM. Leading indicators geven de organisatie de kans in te grijpen vóórdat een incident plaatsvindt.
Zorg voor een veilige meldcultuur: medewerkers die melden worden nooit gestraft of uitgelachen. Maak melden eenvoudig via een app, een eenvoudig formulier of een directe melding aan de leidinggevende. Geef altijd terugkoppeling op meldingen: wat is er gedaan met de melding? Erken en complimenteer medewerkers die melden. Laat zien wat de organisatie doet met de informatie.
Interne auditors moeten competent zijn in ARBO en audittechnieken, en mogen niet hun eigen werk auditen. In kleinere organisaties kan het lastig zijn voldoende auditcapaciteit intern te organiseren; in dat geval is het inhuren van een externe ARBO-auditor voor de interne audit een gangbare oplossing.
Het verzuimpercentage = (totaal aantal verzuimdagen / totaal aantal beschikbare werkdagen) × 100%. Inclusief zowel kortdurend als langdurig verzuim. Let op: de berekening hangt af van hoe “beschikbare werkdagen” worden gedefinieerd in uw organisatie. Gebruik een consistente definitie en vergelijk jaar op jaar, niet met andere organisaties zonder de berekeningswijze te kennen.
Niet per se. De directiebeoordeling kan worden verspreid over meerdere vergaderingen gedurende het jaar, mits alle vereiste inputs worden behandeld en de directie aantoonbaar betrokken is. Documenteer alle directiebeoordelingsonderdelen met notulen en besluiten.
Vooraf ingevulde templates — 80% klaar, in Word, Office 365, Confluence of Google Docs.